UNE 20460-3:1996 normvoorschriften betreffende het kabelgebruik onder diverse omgevingsomstandigheden, met name in hoeverre een elektrische kabel kan worden blootgesteld aan vocht.
AD1-graad: De kabel kan worden gebruikt in ruimtes waar de muren over het algemeen geen sporen van water vertonen, maar waar dit gedurende korte perioden kan voorkomen, bijvoorbeeld in de vorm van stoom, en die dankzij goede ventilatie snel opdroogt.
AD2-graad: kabels kunnen worden gebruikt in situaties waarin de waterdamp af en toe condenseert in de vorm van waterdruppels of wanneer damp af en toe aanwezig kan zijn.
AD3-graad: Waterdruppels vallen onder een hoek van meer dan 60° ten opzichte van de verticale, locaties waar waterdamp als een continue film op de muren en/of vloeren verschijnt.
AD4-graad: Waterstralen in alle richtingen, locaties waar de kabel kan worden blootgesteld aan waterprojecties, bijvoorbeeld bij bepaalde buitenarmaturen of kasten.
AD5-graad: Waterstralen in elke richting AD5, locaties waar slangen regelmatig worden gebruikt in de aanwezigheid van water (terrassen, autowasstraten).
AD6-graad: gebruikt op locaties aan de rand van de zee, zoals stranden, dokken, enz. Er is kans op watergolven.
AD7-graad: Gebruikt in locaties die gevoelig zijn voor overstromingen en/of waar het water een maximum van 150 mm boven het hoogste punt van de apparatuur kan bereiken, het laagste deel van de apparatuur kan meer dan één meter onder het wateroppervlak zijn. Kortom, er is kans op intermitterende, gedeeltelijke of totale overstroming.
AD8-graad: Gebruikt in locaties zoals zwembaden, waar de elektrische apparatuur volledig onder water staat en permanent wordt blootgesteld aan een druk van meer dan 1 bar. De omgeving heeft de mogelijkheid van permanente en totale wateroverstroming.